DE zee
Lopend over het zand
wind door mijn haar
zilt is de geur
daar op het strand
De golven breken
met laatste kracht
vloeien weer terug
naar wat hen bracht
O heerlijke zee
vol van leven
groot en machtig
en gul met geven
Het schrijven
De pen schrijft sierlijk en vrij over het papier, de inkt wordt verlost zonder enige bedoeling,
behalve een spoor op het witte vlak.
Wie is de bestuurder van die hand die in volledige overgave zijn taak uitvoert?
wie vormt de woorden die in ritmische volgorde hun gezicht laten zien?
Zijn de woorden bedacht, of komen ze zoals de golven van de zee, soms ruw en onstuimig, soms kalm en vredig, maar altijd vrij in hun expressie die de schoonheid van de woorden openbaart.
De geboorte
Ze zat er al lang op te wachten,
de geboorte van die kleine jongen
ze keek er in gedachten naar uit
naar weer zo'n kleine guit.
Het persen viel lang niet mee
ze doet het niet voor het lolletje
ja eindelijk daar is hij, in de plee
wat een mooi drolletje
Verlichting
In helder licht
van ons bestaan
is waarheid in zicht
en is kwaad gedaan.
Om daar te komen
moet angst verdwijnen
zodat ruimte kan stromen,
en liefde verschijnen
Koppigheid
Totaal verloren
met de kop naar voren
en een staalhard hoofd
van elk besef beroofd
Dit duurt altijd even
da's een vast gegeven
hij vecht er niet tegen
dit laat zijn woede legen
Dan komt een moment
dat iedereen wel kent
het moment van spijt en rust
die al de woede blust
Dan is er de vrouw
van zijn leven
ze is wijs en trouw
en kan hem zo vergeven
Het grijze dorp
Zo wandelend door schagen
kijkend om je heen
moet je af en toe vertragen
voor iemand slecht ter been
Hem of haar voorrang geven
lijkt me toch wel wijs
t' zijn de ouderen van leven
en bijna altijd grijs
Dan de groep met wielen
er komen er steeds meer
zijn bijna vaak ter ziele
en obstakels in het verkeer
Een eigen strompelpad lijkt me goed
ieder met zijn eigen gang
max 5km p/u als het moet
ook voor ons later ben ik bang.
Korte schrijfsels
Wat is er van mij over
als mijn dagen zijn geteld
sterf ik in armoede
of sterf ik als een held.
De boom spreidt zijn takken
in bladeren omhuld
gewichtloos in de avondzon.
Als de vogel de boom bereikt
strijkt hij feilloos neer
op de enige tak die hem al
zijn hele leven draagt
In het licht van de middag
schijnt de zon op ons neer
verzacht door de wolken
in een eeuwenoud ritme
De sneeuw die valt
de boom die groeit
de mens die verknalt
sneeuw valt onbedoeld
Het is 4 uur
het werken stopt
het glas komt op tafel
buiten is het guur.
Het vlokje sneeuw
door de zon beschenen
valt haastig naar beneden
voor het is verdwenen
Het ploft zachtjes neer
helaas wel in de sloot
zijn verlangen is niet meer
en wordt opgenomen
in het groot.